8. De Volheid

Toen Joseeph zijn vader wilde corrigeren, weigerde Ja’aqov resoluut. Ik weet het, mijn zoon, ik weet het. Twee keer. Hij weet dat hij zijn handen kruist. En hij weet waarom hij dat moet doet. Omdat hij profetisch ziet wat er in later tijd zal zijn.

Menashe zal ook tot een am worden. Ook hij zal gadol (groot) worden, dat wil zeggen krachtig en belangrijk. Menashe zal de innerlijke verbondsrelatie vertegenwoordigen. Maar zijn jongere broer – Ephraïm – zal groter zijn. Zijn zaad zal zijn: melo-hagojim (volheid van naties). Het is geen qehal gojim – een vergadering van volken. Het zaad (zera) van Ephraïm zal tot een volheid worden. Wat met of door Ephraïm wordt gezaaid, zal worden tot een volheid, gevormd door hagojim.

Melo komt van het werkwoord mala, dat met vullen wordt vertaald. Bij de schepping wordt het water in de zeeën vervuld met levende zielen (nephesh chajim) en de aarde met de mens (Gen. 1:22, 28). Volheid gaat niet in de eerste plaats over de kwantiteit, maar over kwaliteit. Hoe meer gevuld, hoe beter het gevulde kan functioneren. Melo-hagojim is het als de naties functioneren zoals een natie is bedoeld. Daarover heb ik in de eerste paragraaf al geschreven. Jeshoea zegt dat Hij niet gekomen is om de wet en de profeten te ontbinden, maar om te vervullen (Matth. 5:17). Dat is hetzelfde woord mala. In Hem functioneren de Thorah en de profeten ten volle.  

En natuurlijk gaan volheid en veelheid hand in hand. In de overvloed (rav) van het volk (am) is de heerlijkheid (hadarah) van de koning (Spr. 14:28). Dat is een directe verbinding tussen het uiterlijke goj en het innerlijke am. Ja’aqov zegent Joseeph door te zeggen dat zijn zonen overvloedig (rav) zullen zijn.

De zegen van Joseeph wordt concreet gemaakt in de aparte beloften. Menashe zal zijn als een verbondsvolk met een innerlijke relatie met JHWH en Ephraim zal een volheid zijn in de vorm van (leidende) naties. Want Ephraïm zal als eerstgeborene een leidende rol vervullen in de wereld. En de melo – de volheid wil zeggen dat deze gojim gericht zullen zijn op de glorie van de Eeuwige. Het maakt de verzoeking van Jeshoea van nog diepere betekenis. De Hinderaar liet Jeshoea al de koninkrijken van de wereld zien en hun heerlijkheid. Hij wilde ze geven aan de Messias. In ruil vroeg hij Jeshoea te knielen en hem te aanbidden (Matth. 4:8-10).

De zegen die Ja’aqov uitspreekt heeft verstrekkende betekenis. Immers, de jongens zijn nog jong en Ja’aqov ziet in zijn geest al de tijd van de volwassenheid. De volwassenheid van de wereld en de volken die daarin wonen. Wanneer wordt deze profetische zegen gerealiseerd? Ik verwacht dat dit aan het einde van de (huidige) ballingschap van Israël – die de Edomitische wordt genoemd – zal gebeuren. Wanneer het hout dat in de hand van Joseeph is, gevoegd wordt bij het hout in de hand van Jehoedah. Zij zullen tot één zijn in de hand van de Ene (Ezech. 37). Dan zal het eerstgeboorterecht weer compleet zijn en kan er weer een Koning over het volk Israël zijn. Over heel Israël. Dan kan Israël het eerstgeboorterecht uitoefenen. Dan is lo-ammi weer ammi en zal melo-hagojim binnengaan. Zodat de verharding die over een deel van Israël gekomen was, zal verdwijnen (Rom. 11:25).

Hoe zullen de vissen uit de wereld worden gevist om tot de melo-hagojim van Ephraïm en de am van Menashe te worden? Dat is stof voor een andere studie; de contouren daarvoor liggen in deze zegen van Ja’aqov voor Joseeph.

Alzo zegende hij ze te dien dage, zeggende: In u zal Israël zegenen, zeggende: God zette u als Ephraim en als Menashe! En hij zette Ephraim voor Menashe (48:20).

Het is daarom van grote betekenis wanneer deze zegen in de Messiaanse gemeenten over de jongens wordt uitgesproken. Moge Elohim jullie zetten als Ephraim en Menashe.

In de omkering krijgen de jongens elk een eigen deel in de zegen. Menashe wordt tot een groot volk (am). Ephraim daarentegen zal tot een volheid komen in de vorm van de gojim. Daarmee profeteert Ja’aqov wat in later tijd zal gebeuren, wanneer het eerstgeboorterecht van Israël wordt hersteld.