7. De ordening

Maar nu nog de vraag waarom Ephraïm door Ja’aqov vóór Menashe wordt gesteld. Aangezien Ja’aqov dat met zijn volle bewustzijn doet, moet daar een goede reden voor zijn. De tekst vertelt het echter niet. We zullen het moeten afleiden. In de vorige paragraaf vertelde ik over de dualiteit geest-lichaam. Het is de geest die het lichaam in beweging brengt, die het lichaam leidt. Zonder het lichaam is de geest echter onbegrensd. Het is dus een twee-eenheid.

En een kenmerk van het lichaam is dat het ontwikkeling kent. Groei. Vergelijk het met een kind als het wordt geboren. Het lichaam is het eerste, het zichtbare. De lichamelijke behoeften regeren. Totdat het volwassen is en dan hoort het als het gezond en goed is te zijn omgedraaid. Dan leidt de geest en het lichaam volgt. Paulus, hoog opgeleid in de Hebreeuws denkwijze, zegt dat er een natuurlijk lichaam is en een geestelijk lichaam. Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke (1 Kor. 15:44, 46). Dat is de volgorde in de tijd. Eerst het zaad, dan de vrucht.

Deze natuurlijke ordening in de tijd is er bij Esaw en Ja’aqov. Esaw is de natuurlijke mens. Hij laat het lichaam regeren. Ja’aqov is de geestelijke mens. Door de verkoop van het eerstgeboorterecht kwam hij vóór Esaw. Het geestelijke kwam voor het natuurlijke. Ook al moest Ja’aqov zich ‘verpakken’ in de kleren van Esaw. Dat is niet de natuurlijke ordening, al was het noodzakelijk. Het was niet de bedoeling, want de ‘eerstgeborene’ was nog niet volwassen. Het was noodzakelijk, want Ja’aqov – en ook Rivqah – zag dat het eerstgeboorterecht bij Esaw niet in goede handen was. Hij was een jager en geen visser.

Joseeph staat aan de lichaamskant en een volwassen man. Bij hem zijn het natuurlijke lichaam en het geestelijke lichaam perfect in balans. Zijn natuurlijke mens wordt geleid door de geestelijke mens. Joseeph, de zoon die dood was en weer leeft en blijkt de behouder van het volk te zijn. Daar kan geen groei, geen ontwikkeling meer zijn.

En de ordening die bij Ja’aqov en Esaw werd omgedraaid, wordt nu weer hersteld.

Het natuurlijke voor het geestelijke. Ephraïm, de lichaamskant wordt aan de rechterkant, aan de geestkant geplaatst. Hij krijgt het leiderschap. Menashe, de eerste, komt aan de lichaamskant te staan. Hij krijgt het dubbele deel. Het erfgebied van Menashe werd in twee delen verdeeld. Aan beide kanten van de Jordaan. En zijn stam omvat acht geslachten, terwijl Ephraïm er vier heeft.

Wat Ja’aqov uitspreekt, is de eindsituatie. Ephraïm is in het natuurlijke geestelijk. En Menashe is in het geestelijke natuurlijk. Ja, de dubbele zegen van het Huis van Joseeph is in Ephraïm een dubbele vrucht, een geestelijke vrucht. Zichtbaar in al degenen die het huis van hun Vader zijn vergeten (Menashe).

Ja’aqov kruiste zijn handen doelbewust.

Er is ook een ordening in de tijd, namelijk dat het natuurlijke voor het geestelijke gaat. Die ordening was bij Ja’aqov en Esaw omgedraaid. Nu draait Ja’aqov het weer terug.