Maar waaróm wordt Ephraïm voor Menashe gesteld?
Joseeph denkt dat zijn vader abuis is, maar Ja’aqov maakt heel duidelijk dat hij weet wat hij doet. Er staat dat hij dat doelbewust deed. Ja’aqov is een profeet. Hij ziet dingen die nog geen werkelijkheid geworden zijn. Rashi zegt hierover dat Ja’aqov voorzag dat Jehoshua ben Nun van de stam van Ephraim het volk Kanaän binnen zou leiden. Daarna zou de richter Gideon uit de stam van Menashe pas komen. Christelijke uitleggers wijzen meer op de soevereiniteit van God om te verkiezen wie Hij wil. Ik vind beide verklaringen onbevredigend. Het klinkt mij vooral als: we weten het niet. Gaat het wel om de oudste en de jongste? Of is er een andere ordening? Een ander principe?
En er is in Schepping altijd een geestelijke kant en een kant van het lichamelijke. Dat wil zeggen een innerlijke inhoudskant en een uiterlijke vormgeving. Zo is de Schepping gemaakt. En als er tweetallen in de Schrift zijn, dan laat de eerste de geestkant zien en de andere de lichaamskant. En het één kan niet zonder het andere. Een inhoud kan niet zonder een vorm, en andersom. (Ik houd het hier beperkt, zie ook mijn boek: “De Schepping van de leefruimte”).
Ja’aqov wordt oprecht genoemd en Esaw is een man van het veld; (“Ik ga toch dood”). Racheel was een schoonheid en een prachtige verschijning. Leah had tedere ogen, de spiegel van de ziel. Mosheh is de profeet en Aharon zijn mond (woordvoerder). Christus is het Hoofd, de gemeente is Zijn lichaam. Zo is er in het eerstgeboorterecht een kant van het hoofd en een kant van het lichaam. Het hoofd leidt het lichaam. En het lichaam handelt en brengt de vrucht voort. Jehoedah is het hoofd. Joseeph is het lichaam. Jehoedah is de leider en Joseeph zorgt dat zijn familie niet van de honger omkwam. Deze twee-eenheid geest-lichaam is dus een leidend principe van de Schepping.
En ja, Joseeph, de lichaamskant, krijgt twee zoons. Menashe is de eerste. Hij doet Joseeph de moeite en de familie vergeten. En vergeten is een geestelijke zaak. Met onze geest herinneren we en vergeten we. Familie wil zeggen dat daarbinnen het Woord en de Naam doorgegeven wordt van vader op zoon. Ook dat is een geestelijke zaak. Ephraim is de tweede en vertegenwoordigt dus de kant van het lichaam. Ephraïm een realiteit. De dubbele vrucht. God heeft mij vruchtbaar doen worden in het land van mijn verdrukking. Groeien tegen de verdrukking in.
Ja’aqov kruist zijn handen heel bewust, zodat Ephraïm onder de rechterhand komt en Menashe onder zijn linkerhand. In de Schepping is er altijd een geestelijke kant en een kant van het lichamelijke. Een innerlijke inhoudskant en een uiterlijke vormgeving. En de een kan niet zonder de ander.

