4. Hun moeders

Het vrouwelijke is verbonden met de lichaamskant. Ephraïm en Menashe hadden Egyptisch bloed van moeders kant. Joseeph kreeg Asenath, de dochter van Potiphera tot vrouw. Potiphera betekent: behorende bij de zon (Ra). Hij die Ra gaf.

Joseeph en zijn zonen herinneren Ja’aqov aan zijn geliefde vrouw Racheel (48:7). Hoe zij hem ontviel in Kanaän, toen het nog een klein eindje richting Ephrath (Vruchtbaar) was. Daar bij Bethlehem (Broodhuis). Op die plek waar Ben-oni (zoon van mijn verdrukking) / Benjamin (zoon van mijn rechterhand) werd geboren. Ook dat is een patroon in de Schrift. Er moet iets of iemand sterven om vrucht voort te brengen. Jeshoea zegt het: als het tarwegraan niet sterft, dan brengt het geen vrucht voort.

Verdrukking en vruchtbaarheid horen bij elkaar. Er moet iets of iemand sterven om vrucht voor te brengen.