3. Het eerstgeboorterecht

Het eerstgeboorterecht is een rode draad in de Bijbel. Wie het eerstgeboorterecht heeft, krijgt de leidende positie in de familie. Het bestaat uit twee delen: het koningschap en de dubbele zegen. Je zou kunnen zeggen: het Leiderschap en een dubbel Loon om het naar behoren uit te kunnen oefenen. Ten diepste gaat het om het Koningschap van de Schepping dat door God aan Adam – de mens – werd gegeven. Met het doel dat heel de aarde vol wordt van de heerlijkheid van God. Het eerstgeboorterecht is dan ook een grote verantwoordelijkheid. Esaw wilde deze verantwoordelijkheid niet nemen, maar Ja’aqov begreep de cruciale betekenis. Al in de baarmoeder. Tot aan Ja’aqov was dit koningschap toegevallen aan een enkel persoon. Ja’aqov verdeelt het nu echter over zijn zonen. Hij geeft het aan de vergadering van gemeenschappen. En daarmee berust het bij het hele volk Israël. Zo laat God het bij monde van Mosheh ook aan de Pharao zeggen: Zo zegt JHWH, Mijn zoon, mijn eerstgeborene, is Israël (Ex. 4:23). En omdat het eerstgeboorterecht aan het volk  Israël is gegeven, kan het daarom ook niet meer worden doorgegeven. Aan wie of welk volk zou dat dan moeten zijn? De vraag is alleen nog maar: kan en wil dit volk de verantwoordelijkheid uitoefenen of niet? Ik zie ten minste twee belangrijke voorwaarden daarvoor. 1) Israël moet wandelen in de wegen van JHWH. Er moet een geestelijk besef en een ontfermende bereidheid zijn. 2) En Israël kan alleen het eerstgeboorterecht ten volle uitoefenen als de twaalf stammen herenigd zijn. Dan zal deze eerstgeboren zoon van God de volken van deze wereld kunnen leiden in de wegen van de Ene, onder leiding van de Messias van Israël.

Ja’aqov gaat een deel van het eerstgeboorterecht, het dubbel deel, doorgeven aan Joseeph. De oudste zoon Ruben had het bij Ja’aqov verbruid toen hij bij de bijvrouw van zijn vader sliep. Maar waarom kreeg Joseeph het? Shimeon is toch de volgende in de rij? Ja’aqov wilde met Racheel trouwen. Maar zij werd door haar vader in de huwelijksnacht verwisseld met Leah, omdat het niet de gewoonte is om de jongere voor de eerstgeborene te plaatsen! Als dat was gebeurd, dan was Joseeph wellicht de eerstgeborene geweest. Maar het werd Ruben, de eerste zoon van Leah. Maar toen Ruben ongeschikt bleek voor het eerstgeboorterecht, gaf Jacob het aan Joseeph. Aan de eerste zoon van de andere vrouw. Althans, hij gaf Joseeph de zegen van het dubbele deel.

Het koningschap gaat naar Jehoeda, want Shimeon en Levi bleken hun vurigheid niet te kunnen beheersen. Zij moordden Sichem uit na de verkrachting van hun zus Dinah. Al leverde diezelfde ijver in de woestijn aan de stam van Levi wel het priesterschap op. En als de stam van Levi in de woestijn het priesterschap krijgt, dan doen zij dienst in plaats van alle eerstgeborenen van het hele volk Israël. Ook dat is de essentie van het eerstgeboorterecht: plaatsvervanging en daarmee de verbindende schakel zijn tussen JHWH en Zijn volk. Die plaatsvervanging zien we ook bij Jehoedah, als hij zich borg stelt voor zijn broer. Dat is leiderschap en daarom kreeg Jehoedah dat Koningsdeel van het eerstgeboorterecht.

Het eerstgeboorterecht bestaat uit het koningschap – de leidende positie in de familie –  en de dubbele zegen. Het is in de eerste plaats een grote verantwoordelijkheid. En Ja’aqov weet dat. Vlak voordat hij sterft, zal hij het eerstgeboorterecht doorgeven aan zijn zonen. Daarmee berust het onvervreemdbaar bij het hele volk Israël.