Nu dan, jouw twee zonen, die bij jou in het land Egypte geboren zijn voordat ik bij je in Egypte kwam, zijn van mij. Ephraïm en Menashe zijn van mij, net als Ruben en Simeon. (48:5)
Menashe is de oudste. Zijn naam wil zeggen: hij die doet vergeten. Wat? De ellende en het huis van zijn vader. Nee, niet dat Joseeph zijn afkomst vergat, maar dat wat zijn familie hem had aangedaan.Als je kinderen hebt, dan kun je iets begrijpen van de vreugde die Joseeph in deze situatie ervoer. De geboorte van je eerste, je oudste kind, is toch een bijzondere gebeurtenis. Ineens breidt je gezin uit van twee naar drie personen. Voor het eerst is er nieuw leven dat je tot vader en moeder maakt. Waarvoor je samen mag gaan zorgen. Menashe, hij die doet vergeten.
En dan de tweede, Ephraïm. Alles wat Joseeph betreft, heeft met vruchtbaarheid te maken. Of nog beter gezegd: met verdrukking én vruchtbaarheid. Als de tweede zoon zich aandient, zegt Joseeph: God heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land van mijn verdrukking. En dat is de betekenis van Ephraïm: dubbele vrucht. Jehoshua ben Nun is een afstammeling van Ephraïm.
Ja’aqov zegt tegen Joseeph: jouw zonen, Ephraïm en Menashe zijn van mij. Het nageslacht dat je na deze twee zult krijgen, is van jou (48:6). Waarom ziet Ja’aqov de zonen van Joseeph als zijn eigen zonen? Menashe en Ephraïm zijn geboren in Egypte in de tijd dat Ja’aqov daar niet was. Ja’aqov wilde er geen onduidelijkheid over laten bestaan dat zij tot Israël behoorden. Temeer daar hij Joseeph wilde zegenen als de eerstgeborene. Door deze twee zonen van Joseeph te erkennen, krijgt Joseeph straks in Kanaän een dubbel deel in het land. Bovendien komt hierdoor het aantal stammen op dertien. Dat is ook de getalswaarde van het woord echad, één. Eerst was het Ja’aqov en zijn twaalf zonen. Nu Ja’aqov zal sterven, komt er een dertiende (stam) bij. En in de woestijn zal de stam van Levi de plaatsvervanger zijn van alle eerstgeborenen van het volk. Twaalf plus één. De logica van God is niet altijd gemakkelijk te volgen, maar altijd te bewonderen!
Let ook op de volgorde. Ja’aqov noemt eerst Ephraïm en daarna Menashe. Hij schakelt Ephraïm gelijk met Ruben en Menashe met Simeon.
- Ruben & Ephraim – Zie, de zoon & de dubbele vrucht
- Simeon & Menashe – Hij hoort & Hij doet vergeten
Ja’aqov erkent de zonen van Joseeph als zijn eigen zonen, zodat er geen onduidelijkheid bestaat over hun plek tussen de stammen van Israël. Ze zijn hem als Ruben en Simeon. Dat is van belang voor het toekennen van een deel van het eerstgeboorterecht.

