Na deze dingen gebeurde het dat hij tegen Joseeph zei: Zie, uw vader is ziek! Toen nam hij zijn twee zonen Menashe, en Ephraïm, met zich mee. (48:1)
Vader Ja’aqov is ziek. De aankondiging van de komst van Joseeph geeft Ja’aqov de kracht om overeind te komen en het bed te gaan zitten (48:2). Joseeph heeft zijn twee zonen Ephraïm en Menashe meegenomen. En Ja’aqov begint te spreken. God heeft Zich aan hem laten zien bij Luz (48:3). Hij spreekt over Gods belofte van vruchtbaar en talrijk zijn. Een vergadering (qahal) van gemeenschappen (amim) zal God hem geven (48:4).
God is twee keer aan Ja’aqov verschenen in Luz. Dat is de oude naam voor Beth-El (Huis van God). Dus God verschijnt aan Ja’aqov als hij Kanaän verlaat en als hij Kanaän weer binnenkomt. Daartussen ligt zijn ballingschap in Haran. In die uitlandigheid krijgt hij zijn elf zonen.
Nu is er een bijzonderheid, want Ja’aqov zegt dat God hem een qehal amim heeft beloofd. God belooft hem echter in Gen 35:11 een goj, en een vergadering van gojim – naties. Én koningen. Ja’aqov haalt de zegen van zijn vader Jitschaq aan (28:3) toen hij Kanaän zou verlaten. “En God almachtig zegene u, en make u vruchtbaar, en vermenigvuldige u, dat u tot een vergadering van volken (qehal amim) wordt. God refereert echter aan de belofte die Hij aan Avraham heeft gedaan (Gen. 12:2, 17:4-6).
Wat is het verschil tussen een am en een goj? Een am is een organische eenheid van verwantschappen, een volk als familie verbonden door bloedbanden, afkomst of een verbond. De mensen bij de torenbouw van Babel waren één volk – am. Een goj is een volk dat herkenbaar is als staat/natie. Naar Gen. 10 ontstaat een goj als afstamming, taal en land samenkomen. Een goj wordt geregeerd door een stamhoofd, een vorst, of een koning. Een koninkrijk kun je dan zien als het volwassen stadium van een goj (zie bijv. Gen. 36). En de opdracht van de koning is om recht en gerechtigheid te doen. Een koning naar de Schrift komt uit het midden van zijn broeders. Het is geen vreemdeling. Hij mag zich niet omringen met een overmaat aan paarden, vrouwen en geld. Én hij moet voor zichzelf een afschrift de Thorah laten schrijven en die zijn leven lang lezen. Met als doel dat hij niet afwijkt van de geboden en hij en zijn zonen op de troon blijven. Een koning uit de gojim zal normaliter belastingen heffen, zonen en dochters opeisen, en land in beslag nemen (1 Sam 8:11-18).
Je zou kunnen zeggen dat am de innerlijke relatie aanduidt en goj de uiterlijke vorm vertegenwoordigt. De zeventig volken na de vloed worden verdeeld naar hun gojim (Gen. 10). Daarom wordt gojim ook meestentijds gebruikt om de heidenvolken aan te duiden.
- Israël als verbondsvolk is een am. En elke stam kan worden gezien als een am (Deut. 33:3). Am Jisrael chai! Hier gaat het om de relatie. Om identiteit.
- Israël, herkenbaar als natie, is een goj. En daar hoort een melech (koning) bij, zoals alle gojim dat hebben (1 Sam. 8). Rasji verklaart bij Gen. 35:11 dat het volk dat uit Ja’aqov voortkomt naar buiten één eenheid zal zijn (goj) en naar binnen een verzamelde veelheid (qehal gojim) — elke stam heeft een eigen volksaard (krijgersvolk, handelsvolk, landbouwvolk, volk van geleerden), zonder dat de eenheid van Israël wordt opgeheven.
Ja’aqov herhaalt waarmee zijn aardse vader hem zegende: zijn nageslacht als een verbondsgemeenschap. De Eeuwige heeft echter ook een andere functie voor Zijn volk op het oog. God zegt tegen Zijn volk: u zult Mij een koninkrijk van priesters en een goj qadosh (heilig volk) zijn (Ex. 19:6). Of: een goj behorend aan HaQadosh – de Heilige. Hij is hun Koning.
Am en goj zijn geen synoniemen, maar verschillen in identiteit (innerlijk, uiterlijk) en functie (relatie, juridisch). De ultieme verschijningsvorm van een goj is een koninkrijk.

